Kunst, architectuur en de openbare ruimte

Maaike Frencken over kunst in de openbare ruimte

Eind vorig jaar werd door de Jan van Eyck Academie, Museum Het Domein en de Universiteit Gent een symposium gewijd aan de architectuur van het museum van de toekomst. Onder de titel ‘Museum in ¿Motion?’ kwamen twee dagen lang allerlei sprekers aan het woord die onder andere de relatie tussen beeldende kunst en architectuur en de rol van het museum als instituut aan de orde stelden.

Ook was er een designcompetitie waarin drie teams van architecten in samenwerking met een of meerdere kunstenaars, een ontwerpvoorstel deden voor een museum van de toekomst. Ideeën van een ‘mobiel museum’ speelden hierin een belangrijke rol. Denk hierbij aan presentatieplekken buiten de muren van het museum, zoals videokunst in een vliegtuig, in plaats van de gebruikelijke speelfilms, of kunst in de supermarkt. Nu is het idee van het presenteren van kunst buiten de muren van het museum of de galerie natuurlijk niet nieuw, maar of er in de praktijk veel van terechtkomt, valt te betwijfelen.

Sinds de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ‘mocht’ kunst steeds vaker buiten musea en galeries getoond worden. Er ontstond toen een soort democratisering binnen de kunst. Kunst mocht plotseling ook op plekken buiten de gevestigde kunstinstituten getoond en gesitueerd worden. Dit was bijvoorbeeld het geval met de toen opkomende Land Art. Kunstenaars als Michael Heizer en Robert Smithson situeerden hun kunstwerken in de uitgestrekte natuur. Ook steeds meer sociaal geëngageerde kunst kwam op en deze hield soms per definitie een kritiek in op het museum als instituut. Het publiek moest bereikt worden op straat en dus werd ook de kunst gemaakt en getoond in de openbare ruimte.

Het bestaan van het museum als instituut is volgens mij van grote waarde, maar toch vind ik het soms jammer dat beeldende kunst zo weinig zichtbaar is op de plekken waar je dagelijks langskomt. En dan heb ik het niet over de ‘kunstwerken’ die worden verkocht bij de Aldi en ook niet over de standbeelden in de openbare ruimte die vaak niet veel verder gaan dan een haast letterlijk afgietsel van lokale helden of puur ter decoratie zijn. Natuurlijk, niet alle kunst leent zich ervoor om in de openbare ruimte getoond te worden. Soms is het ook de architectuur in een museum die het effect van een kunstwerk kan versterken, zoals bijvoorbeeld sommige kunstwerken die te zien waren in de koepel van het Bonnefantenmuseum een wisselwerkingrelatie aangingen met de ruimte. Maar toch, iets meer durf en diversiteit met kunst in de openbare ruimte zou niet verkeerd zijn. Centre Céramique is wat dat betreft al redelijk op weg met haar tentoonstellingen op en rondom Plein 1992. Alleen is het artistieke karakter van deze presentaties niet altijd even sterk.

Het fijne van een museum is dat je veel minder wordt afgeleid door de buitenwereld dan het geval is bij kunst in de openbare ruimte. In een museum kun je je beter terugtrekken en je op de kunst concentreren. Dat betekent echter niet dat de confrontatie met beeldende kunst in de openbare ruimte per definitie minder effectief is. Juist het verrassingseffect van kunst op plekken waar je het niet meteen verwacht, kan een grote rol spelen. Bovendien neemt een grotere confrontatie met kunst in de openbare ruimte bij sommige mensen misschien ook een stukje van de drempel weg om een museum of een galerie te bezoeken.

Kunst in de openbare ruimte gaat ook sneller een interactie aan met de omgeving, iets wat in musea veel minder gebeurt. Toch speelt architectuur de laatste decennia bij musea steeds meer een rol. Het lijkt enerzijds steeds meer een lokkertje te zijn voor museumbezoek. Zo moesten de spectaculaire verbouwingen van het Van Abbemusuem in Eindhoven, Tate Modern in Londen en Moma in New York voor meer bezoekers zorgen. Ook het Bonnefantenmuseum schijnt veel publiek te trekken dat vooral voor de architectuur van Aldo Rossi naar het museum komt en niet zozeer voor de kunstcollectie. Anderzijds gebruiken musea architectuur ook steeds vaker om de kunstbeleving ofwel de impact van het kunstwerk, te versterken. Saaie witte ruimtes met systeemplafonds zijn passé, nu lijkt het te draaien om de totale ervaring die kunstwerk en ruimte teweeg brengen. En laat dat nu ook net zijn waar het bij kunst in de openbare ruimte om zou moeten draaien.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Basta 08

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s