Kasteel Oost als pleisterplaats en pelgrimsoord

Ton Stille met deel 2 over Kasteel Oost, vrijplaats en ontmoetingsplek tussen Noord en Zuid

Felix Rutten heeft het al eerder gezegd : ‘Italië begint in Limburg’. Dat moeten ook de drie jonge kunstenaars, Teun Roosenburg, Piet Damsté en Hanny Raedecker, gedacht hebben toen ze in het voorjaar van 1942 op de fiets vanuit Amsterdam naar Limburg kwamen om hier een onderkomen te vinden en het liefst een kasteeltje waar ze, samen met vrienden uit de Randstad, de oorlog konden uitzitten.

Kasteel-oost-720

Toen ze kasteel Oost ontdekten werd het drietal op slag verliefd. Ze negeerden de bouwvalligheid en de vreemde architectuur van het grote vierkante huis in Maaslandse stijl met torentjes en een mislukt chaletdak. Het bouwsel heette ‘kasteel‘, was een kast van een huis, het telde vele ( 21 ) riante kamers en bovenal het stond leeg ! De vrienden bewonderden het unieke rivierlandschap erom heen met de bossen en weiden en in de verte witte dorpjes tegen glooiende heuvels. Toen ze ook nog een hoefijzer op de oprijlaan vonden wisten ze zeker dat het geluk met hen zou zijn. Het huurcontract dat Teun Roosenbug van de kasteelheer Raphael Graaf de Liedekerke de Pailhe van Eijsden ontving, werd dan ook zonder dralen ondertekend. Op voorwaarde dat ze de uitgewoonde, voormalige jeugdherberg zo goed als mogelijk zouden onderhouden kregen Teun en zijn vrienden het kasteeltje aangeboden als kunstenaarskolonie voor de som van vijftig gulden per maand.

De ‘vriendenclub van Oost ‘ was niet de eerste ‘Hollandse’ kunstenaarsgroep die zich sterk aangetrokken voelde tot de natuur van Zuid-Limburg , haar bewoners en het leven. Het calvinisme leek hier zo ver weg te zijn.
Toen de grenzen tijdens de eerste wereldoorlog hermetisch gesloten werden moest Nederland in zichzelf keren. Jonge kunstenaars waren niet meer in staat hun vleugels uit te slaan en het zompige vaderland een tijdje vaarwel te zeggen om bevrijdende avonturen te beleven in Frankrijk, Duitsland of Italië. Zuid-Limburg leek hier nog het meest op.

Zo ontstond er een kunstenaarskolonie in de oude watermolen aan de Geul te Rothem-Meerssen. Waar, naast gevluchte Belgische kunstenaars, ook Hollandse en Limburgse kunstenaars kind aan huis waren.
Tijdens het interbellum was er sprake van een actieve culturele uitwisseling tussen Noord en Zuid. Zo onderhielden de Maastrichtse meesterdrukkers Charles Nypels en Alexandre Stols nauwe banden met gelijkgezinde kunstenaars, schrijvers, ontwerpers en typografen uit het westen. Naast het uitgeven van mooie boeken dreef Alexandre Stols in de jaren dertig ook nog de galerie‘ De Roos ‘aan de Grote Looiersstraat. Hier gaf hij Hollandse maar vooral Haagse kunstenaars gelegenheid tot exposeren. Omgekeerd zorgde hij ervoor dat Limburgse kunstenaars uit zijn stal ( Charles Eyck, Hubert Levigne en Joep Nicolas ) gelegenheid kregen om in het westen te exposeren.

Tijdens de oorlogsdagen beheerste de oorlog het dagelijkse leven van de commune van kasteel Oost. De meeste kunstenaars waren de Randstad ontvlucht omdat ze geweigerd hadden zich bij de Cultuurkamer te melden. Ze bleven nauwe banden onderhouden met het kunstenaarsverzet in het westen. Daarbij boden ze onderdak aan gevluchte verzetsmensen, joden en krijgsgevangenen die ze veilig overbrachten naar Belgisch grondgebied.

Oost werd op 14 september door de Amerikanen bevrijd. Het grootste deel van ons land moest eerst nog een bange hongerwinter ondergaan voordat de bevrijding een feit was. Het land werd na 5 mei 1945 door een ongekende euforie bevangen. Het volk kon weer vrij ademen en het wilde zo snel mogelijk de arme jaren ‘30 en de daaropvolgende ellende van de oorlog vergeten: nooit meer angst, nooit meer honger. Er heerste een grenzeloos optimisme. De verzuilde vijanden van vóór de oorlog vielen elkaar feestend in de armen. De toekomst leek één grenzeloos vergezicht.

Lang heeft deze oereuforie niet mogen heersen. De anarchie had woorden als verzet en illegaliteit tot geuzenamen gemaakt. Zij was jarenlang de drijvende geest van het verzet geweest. De oude, nu weer heersende macht is bang voor dit fenomeen en dus moest deze geest zo snel mogelijk weer terug in de fles worden gewerkt. De bekende Maastrichtse schrijver en publicist Mathias Kemp sprak over de naoorlogse toestand als ‘ zedenverwilderend ‘ en een ‘ schending der Christelijke moraal ‘. De oude macht stelde alles in het werk om het machtsvacuüm te vullen dat de vertrekkende Duitse machthebbers nalieten. Het land kreeg woningnood en de arbeiders moesten in het gareel om aan de wederopbouw te beginnen. Het vaderland werd geconfronteerd met een koloniale oorlog en een nieuwe vijand, de Russen én een nieuwe (nu koude) oorlog. Het burgermans-fatsoen werd weer de maatstaf voor normen en waarden en van de kansel kon ook weer hel en verdoemenis worden gepredikt. Gelukkig zullen er altijd vrijplaatsen ontstaan waar kunstenaars, artiesten, intellectuelen en andere excentriekelingen ideeën kunnen uitwisselen, zodat de geest levend blijft.

Kasteel Oost en zijn Hollandse commune had de oorlog wonderwel doorstaan. De contacten met de bevolking van Oost en Eijsden waren inmiddels warm te noemen. Kunst werd vaak geruild voor eieren, melk, groente en fruit. De boeren zagen weinig verkeerds in het artiestenvolkje dat het kasteel in wisselende samenstellingen bevolkte. Al werd er wel eens een blote borst gesignaleerd van een logerend model uit Amsterdam. De commune werkte dan ook inspirerend op de landarbeider Lambert Mantz uit Oost, die ooit op een mesthoop in de sneeuw te vondeling was gelegd en die niet onverdienstelijk bleek te kunnen aquarelleren. De jongens van kasteel Oost gingen ook graag op bezoek bij de smokkelaar Laurent Beijers ( De Blauwe ) die samen met zijn bloedmooie dochter Alphonsine een huisje bewoonde aan het Bat te Eijsden. Het huisje had een riant uitzicht op het werkterrein van de Blauwe: de Maas en het Belgische dorpje Ternaaien. In zijn contacten met Oost was de Blauwe wat in schilderen gaan zien en wist een van zijn kunstwerken, dat hij met 3 kleuren oude fietsenlak had vervaardigd, te slijten aan Nicolaas Wijnberg. Wellicht dat de gesmokkelde, originele Belgische shag en pijptabak en/of de dochter uiteindelijk de doorslag had(den) gegeven.

Vrijwel vanaf het begin is de legendarische Maastrichtse tandarts en kunstmecenas Taeke Jitze Botke van invloed geweest op de Oost-commune. Botke vertegenwoordigde de decadentie. Hij stamde af van oude Friese landadel en woonde en werkte in een groot pand aan de Bredestraat waar hij ‘hof ‘ hield. Het liefst bewoog hij zich onder adel, kunstenaars en artiesten. Hij was goed bevriend met Graaf de Liedekerke van Eijsden. Samen zaten ze in het verzet en vormden de schakel in een lijn die via het Maasdal piloten naar Zwitserland hielp. In het Hannibalspiel ( 1944 ) werden ze verraden. De graaf werd gefusilleerd en Botke gedeporteerd. Eerst naar Sachsenhausen en later naar Ravensbrueck. Hij wist beide kampen te overleven en schreef er een boek over.
Taeke Botke verzamelde niet alleen adellijke figuren en excentriekelingen, maar vooral ook kunst. Hij bezat een waardevolle collectie schilderijen. Waaronder een belangrijke verzameling van de hand van de grote Magisch Realist Pyke Koch. Deze studievriend uit Utrecht was een van zijn protégees en werd op kasteel Oost geïntroduceerd.

Via de illegaliteit leerden de bewoners van Oost, naast Botke, meest Maastrichtse kunstenaars en intellectuelen kennen. Deze vriendschappen zoals met de toneelschrijver Jef Heyendael en de stadsarchitect George van Poppel bleven na 1945 voortduren. Zo leidde Ir. van Poppel de ingrijpende verbouwing van kasteel Oost in 1958. Beroemde namen uit de Limburgse kunstwereld van die tijd bezochten al vroeg het creatieve centrum van Oost. Wat in veel gevallen resulteerde in langdurige vriendschappen, uitwisseling van ideeën en samenwerking. Bertus Aafjes, Charles Eyck, Edmond Bellefroid, Huub Levigne, Daan Wildschut, Willem Hofhuizen mengden zich graag met de Hollandse gasten waar ze zielsverwantschap mee voelden.

Kasteel Oost werkte als een magneet op Hollandse kunstenaars van iedere discipline. Zo on-Hollands en toch Nederlands, op spuugafstand van Wallonië en dicht bij Duitsland. Dit romantische landschap met de ‘ onbedorvenheid ‘ van de bewoners (de onschuld van Limburg was toen nog bewaard ).
Enthousiaste verhalen over dit kunstenaars-Mekka aan de Maas, waar zo intens werd geleefd en gewerkt, werden al vroeg verspreid door de schilders Theo Kurpershoek en
Nicolaas Wijnberg. Aangestoken door het virus besloot Hans van Norden (Realist) vlak na de bevrijding om poolshoogte te gaan nemen in Limburg. De verbindingen waren nog uiterst slecht. Na Maastricht moest de reiziger te voet. Er liep een kronkelige grindweg via Heugem naar Oost-Maarland. Kasteel Oost werd voor Van Norden een regelrechte openbaring. Hij zag de kennismaking als een inwijding. Sindsdien heeft hij Zuid-Limburg niet meer verlaten. Hij was overigens niet de enige Oost-ganger met artistieke idealen die bleef wonen en werken in Zuid-Limburg.

De geschiedenis kent meer plekken die inspirerend werkten, zoals Bergen, Laethem, Worpswedde, Domburg en Barbizon. In alle gevallen speelt de natuur een belangrijke rol en in veel gevallen kan men spreken van een ‘school’. Hoewel de kunstenaars van de Oost-commune veel affiniteit met elkaar hadden en zich als Hollandse pioniers zagen, die Zuid-Limburg ontdekten, was er niet direct sprake van een ’Oost-school’. Wel werkten ze figuratief en beschouwden ze zich tegenhangers van de Cobragroep die gestimuleerd werd door Willem Sandberg, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum. Enkele van de Oost-gangers ( Theo Kurpershoek, Hans van Norden, Nicolaas Wijnberg ) behoorden tot de schildersgroep – de Realisten. Op een grote internationale tentoonstelling in Amsterdam in 1951 ‘ Realisten uit 7 landen‘ hing veel in Limburg gemaakt werk.

Het jaar 1956 wordt een nieuwe mijlpaal in de rijke geschiedenis van Kasteel Oost. Dan wordt het steeds meer in verval geraakte kasteel door de Gravin de Liedekerke te koop aangeboden aan Teun Roosenburg en zijn vrouw Jopie Goudriaan. Een ingrijpende verbouwing zal volgen en de commune houdt op te bestaan. Wat blijft bestaan is het kunstenaarscentrum en de ontmoetingsplek Oost, tussen Noord en Zuid.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Basta 09

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s