Hoe run je een filosofiecafé?

Maaike Frencken over Wim Fiévez, oprichter van het Filosofiecafé in Maastricht

Een prachtige werkkamer, grotendeels gevuld met kasten vol filosofieboeken. Her en der stapels boeken op de grond. Een man van middelbare leeftijd, filosoof en docent van beroep. Wim Fiévez, oprichter van het Filosofiecafé in Maastricht, dat bijna maandelijks wordt gehouden in café Ipanema in het Bonnefantenmuseum. Lichtelijk onwennig vertelt hij over zijn visie op filosofie, zijn intenties en zijn twijfels, zijn zoektocht naar de perfecte invulling van het filosofiecafé.

Wim-Fievez-480

Fiévez is twintig jaar lang universitair docent filosofie geweest en sinds een paar jaar woonachtig te Maastricht. Hij wil filosofie dichter bij een niet-filosofisch geschoold publiek brengen en is overtuigd van de maatschappelijke rol die filosofie kan hebben. In Groningen richtte hij tien jaar geleden al een filosofiecafé op, maar daar was het toch vooral een onderonsje tussen studenten en docenten filosofie. In Maastricht wil hij een breder publiek bereiken.

‘Ik heb twintig jaar lang niets anders gedaan dan colleges geven en congressen bezoeken, totdat het mijn keel uitkwam. Ik zag alleen maar die lui en het werd steeds erger. Als je bedenkt hoeveel subsidiegeld naar de academische filosofie toe gaat en als je je dan afvraagt wat die lui terug doen voor de samenleving. Ik bedoel, ze doen natuurlijk wel wat terug, maar niet zo rechtstreeks dat ze ook direct mensen aanspreken die niet filosofisch geschoold zijn. Voor een gedeelte heb ik daar jarenlang aan mee gedaan, maar ik wilde nu wel eens wat anders.’

Fiévez vond het heel vreemd dat Maastricht als universiteitsstad nog geen filosofiecafé had. Na een tijdje met het idee rondgelopen te hebben en veel tijd en moeite te hebben gestoken in een website voor het filosofiecafé, is hij aan het begin van dit jaar gestart. Er zijn nu zes bijeenkomsten geweest. Vooral de eerste keer was het nog erg experimenteel. ‘Ik wist helemaal niet wat me te wachten stond’, aldus Fiévez. De tweede keer heeft hij een theateropstelling in de ruimte gemaakt zodat de ruimte meer uitnodigde om te luisteren en te argumenteren. Vanaf de tweede keer is hij ook begonnen met het voorlezen van een column. ‘Ik probeer die column naar aanleiding van een alledaags onderwerp te schrijven om te laten zien dat filosofie ook wat over alledaagse dingen te zeggen heeft.’ Na de tweede keer vond hij echter weer dat het anders moest, omdat de sfeer na het voorlezen van de column heel plechtig was, terwijl het de bedoeling was dat mensen daarna gingen discussiëren. ‘Dus toen heb ik bedacht om ook nog filosofenmoppen te gaan vertellen.’

De columns die hij tot nu toe heeft voorgelezen gingen over de filosofische aspecten van overspel – ‘Mensen waren toen zeer verbaasd dat filosofen ook wat over seksualiteit en huwelijksmoraal te zeggen hebben’ -, de vaderlandse geschiedenis, gezinswaarden, levenskunst- en geluk en over het darwinisme. Met de column biedt hij een filosofisch kader en een onderwerp voor discussie, maar bezoekers mogen ook zelf onderwerpen aandragen. ‘Ik kies daar dan een onderwerp uit dat ik denk te kunnen begeleiden. Ik moet het samenvatten en dat probeer ik zo te doen dat er ook een filosofische relevantie is. Ik probeer echter zo min mogelijk een collegesfeer te krijgen, want het is niet de bedoeling dat ik aan het woord ben. Het gaat om hen’, zegt Fiévez.

Het vergt creativiteit het leiden van zo’n filosofiecafé. Hij vindt het leuk om zijn academische filosofische kennis op deze manier te vertalen, maar er kleeft ook een risico aan en soms vindt hij het moeilijk om te improviseren: ‘Bij zo’n filosofiecafé moet het op dat moment verzonnen worden. Dat is bijna een kunstwerk. Soms lukt het, maar soms lukt het mij niet om me op de juiste manier uit te drukken of de bezoekers hebben niet de juiste stemming of stellen niet de juiste vragen. Ik kan het niet teveel in de hand houden.’ Hij twijfelt nog wel of hij de juiste vorm heeft gevonden voor het filosofiecafé. Volgens sommigen zou hij beter slechts één onderwerp aan kunnen houden per bijeenkomst. Hij weet het nog niet. Wel denkt hij er over om elke bijeenkomst een andere deskundige uit te nodigen om iets over een bepaald onderwerp te komen vertellen.

Fiévez gelooft wel dat er in Maastricht een publiek is voor een filosofiecafé, maar hij houdt het nog open, want hij meent dat je zoiets pas echt kunt zeggen als het minimaal een jaar oud is en als het echt ingeburgerd is. Het gemiddeld aantal bezoekers tot nu toe lag rond de veertig tot vijftig, waarvan ongeveer 2/3 vrouw en 1/3 man was. De meeste bezoekers kwamen, vreemd genoeg, niet uit Maastricht. De aanwezigheid van Maastricht mag wat hem betreft dan ook best wat groter. Hij denkt er ook al over om filosofiecafés op te richten in Heerlen en Sittard. Misschien dat hij de columns ook in de krant wil gaan zetten, zodat de mensen wat beter voorbereid zijn. Maar ook dat houdt hij nog even open. Hij denkt in elk geval dat de discussies binnen het filosofiecafé ervoor kunnen zorgen dat mensen ‘fatsoenlijk kunnen praten over de waarde en consequenties van bepaalde maatschappelijke vraagstukken’. Als voorbeeld noemt hij de Europese grondwet, waarover tijdens het laatste filosofiecafé veel werd gesproken. ‘Een van de bezoekers kwam toen zelf tot de conclusie dat zo’n debat best verhelderend werkt.’

‘Ik denk dat er nu meer interesse is voor filosofie dan bijvoorbeeld tien jaar geleden. Dat komt natuurlijk omdat de bevolking vergrijst. Je ziet het ook aan de wijze waarop mensen op het ogenblik met levensvragen omgaan – en die komen toch naarmate je ouder wordt. Maar als je geïnteresseerd bent in wat ik dan maar even levensvragen noem, dan is het niet zo eenvoudig om je op een of andere autoriteit te oriënteren. En ik denk dat een hoop mensen dan de fout maken om bij psychologen te rade te gaan. Maar ik merk gelukkig dat steeds meer mensen daar van terugkomen en naar filosofen grijpen. Ik denk dat filosofie ook veel meer te bieden heeft. En als je de filosofie nou niet zo abstract en zo academisch brengt, dan zien mensen de waarde en de interessantheid ervan heus wel. Ik weet zeker dat als mensen mij maar de tijd geven, dat ze dan heel veel van filosofie zullen begrijpen. Die ideeën in mensen moet je wakker roepen.’

Fiévez houdt nu even een zomerstop, maar gaat 18 september weer van start. Dan gaat hij, om het filosofiecafé wat laagdrempeliger te maken, met een aantal Duitse muzikanten, waaronder enkele psychologen, werken. ‘Dan pakken we een filosofisch thema dat algemeen genoeg is en dat articuleren we dan via muziek. Het tweede uur mag er dan gediscussieerd worden. Door mensen, ook met behulp van muziek, er naartoe te trekken blijven ze misschien hangen tijdens de discussie en steken ze er wellicht wat van op.‘ Ook denkt hij erover om met een amateur theatergezelschap te gaan samenwerken en een filosofisch thema in de vorm van een dialoog, van Plato bijvoorbeeld, te presenteren. ‘Er kan dus nog van alles’, aldus Fiévez. Ongetwijfeld!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Basta 09

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s